Tijdens New York Climate Week 2025 organiseerde Marsh McLennan een bijeenkomst met leiders uit verschillende sectoren die zich inzetten voor klimaatadaptatie en veerkracht, onder wie vertegenwoordigers van het Center for Climate and Energy Solutions (C2ES) en Resilience First.
Later die dag kwamen ook vertegenwoordigers van de U.S. Chamber of Commerce, Allstate en de Amerikaanse overheid — waaronder congreslid Melanie Stansbury (NM-01) — bijeen om te bespreken hoe klimaatbestendigheid op grotere schaal kan worden gerealiseerd.
De business case om te investeren in klimaatbestendigheid is de afgelopen jaren steeds duidelijker geworden, door extreem weer dat wereldwijd steeds meer gemeenschappen en bedrijven treft. Uit Marsh’s Corporate Climate Adaptation Survey 2025 blijkt dat 74% van de organisaties schade heeft ondervonden aan fysieke activa door extreem weer. Daarnaast rapporteert 67% incidenten of verliezen die hun mensen en bedrijfsvoering raken.
Het Resilience Report 2025, uitgebracht door de U.S. Chamber of Commerce, Allstate, en de U.S. Chamber of Commerce Foundation, maakt deze impact financieel inzichtelijk: iedere $1 die vandaag níet wordt geïnvesteerd in weerbaarheid, kan gemeenschappen tot $33 in de toekomst aan economische activiteit kosten. Deze analyse bouwt voort op het rapport The Preparedness Payoff (2024) en modelleert de langetermijneffecten van verschillende investeringsscenario’s bij vijf typen natuurrampen.
De kernvraag is: wat doen organisaties intern om het belang van investeringen in klimaatadaptatie en -bestendigheid te onderbouwen — binnen teams, afdelingen en tot op bestuursniveau? En welke rol kunnen externe partijen spelen om die inspanningen te versnellen? De inzichten hieronder laten zien hoe complex deze vragen zijn, maar ook welke kansen er liggen om klimaatbestendigheid structureel te integreren in de bedrijfsstrategie.
Zes belangrijke inzichten
Om hun klimaatbestendigheidsdoelen te bereiken, hebben organisaties zowel sterke interne structuren als samenwerking met externe partners nodig. Hieronder staan zes belangrijke inzichten die naar voren kwamen uit gesprekken met leiders uit verschillende sectoren.
1. Organisaties betrekken verschillende teams bij klimaatbeslissingen
De gesprekken met vertegenwoordigers uit onder meer het bedrijfsleven, de overheid, de financiële sector, technologie, verzekeringen, consultancy en engineering laten zien dat klimaatbestendigheid binnen organisaties op uiteenlopende plekken kan zijn belegd.
Bij sommige organisaties ligt de verantwoordelijkheid bij engineeringteams die verouderde infrastructuur of technische storingen signaleren, terwijl bij andere de risk- of strategieteams het voortouw nemen door klimaat mee te nemen in het bredere risicomanagement. In veel gevallen speelt de chief sustainability officer een centrale rol, vooral in de communicatie en besluitvorming op directieniveau. Volgens Marsh’s onderzoek geldt dit voor 54% van de organisaties.
Hoe de organisatie ook is ingericht, duidelijk is dat silo’s klimaatinitiatieven belemmeren. Een multidisciplinaire aanpak, waarbij verschillende afdelingen als HR, finance, communicatie en operations samenwerken, vergroot de slagkracht, versterkt samenwerking en stimuleert innovatie.
2. Concurrerende prioriteiten maken financiering voor adaptatie lastig
Veel organisaties kampen met een overvloed aan taken en beperkte tijd. Toch hebben velen al stappen gezet door te kijken hoe ze hun eigen assets kunnen aanpassen aan veranderende klimaatomstandigheden. Vooruitkijkend blijft er nog veel werk te doen om te zorgen voor brede systeemgerichte weerbaarheid.
Uit het onderzoek blijkt dat 60% van de respondenten vindt dat hun organisatie voldoende middelen heeft toegewezen aan klimaatadaptatie. Toch voert 51% van hen geen kosten-batenanalyse uit over de geïmplementeerde maatregelen.
Daar ligt een kans: meer inzicht leidt tot betere investeringsbeslissingen. Nog vóór het dopen van investeringen kunnen organisaties hulpmiddelen, zoals Mercer’s Climate Health Cost Forecaster gebruiken, om te analyseren hoe extreem weer de gezondheid van werknemers en de bijbehorende zorgkosten beïnvloedt.
3. Traditioneel risicomanagement blijft essentieel
Hoewel innovatie onmisbaar is voor vooruitgang, blijven de basisprincipes van risicomanagement — identificeren, beoordelen en beheersen — cruciaal. Door beproefde methoden te integreren in klimaatstrategieën, bouwen organisaties een sterke basis om beter om te gaan met huidige en toekomstige klimaatrisico’s.
Dit verkleint niet alleen de risico’s zelf, maar kan ook verzekeringspremies helpen verlagen, omdat verzekeraars proactieve risicoreductie belonen.
Wel vraagt de impact van chronische klimaatgevaren, zoals langdurige droogte en extreme hitte, meer aandacht. Acute gevaren, zoals overstromingen of stormen, veroorzaken zichtbare schade, maar chronische risico’s kunnen juist langdurige verstoringen veroorzaken. Bedrijven moeten hun risicobeoordelingskaders daarom uitbreiden om ook deze dreigingen goed in kaart te brengen.
4. Data is pas waardevol als je weet hoe en waar je die inzet
Organisaties kunnen alleen managen wat ze kunnen meten. Grote organisaties benadrukten dat lokale data onmisbaar is, omdat klimaatrisico’s en prioriteiten sterk kunnen verschillen, soms al binnen enkele meters, bijvoorbeeld bij overstromingsrisico’s.
Congreslid Melanie Stansbury wees op het belang van lokale datatoegang en verwees naar haar werk aan de Water Data Act in New Mexico, die als model dient voor een nationale aanpak, namelijk het bevorderen van de integratie en beschikbaarheid van essentiële waterdata binnen de federale instanties, ter ondersteuning van weloverwogen besluitvorming.
De waarde van data ligt in de vertaling naar actiegerichte inzichten: data moet organisaties helpen middelen efficiënter in te zetten, stakeholders te betrekken en relevant beleid te ontwikkelen. Grote dataverzamelingen — zoals die binnen de verzekeringssector — worden pas echt waardevol als ze strategisch worden gedeeld. Hoewel modellen beperkingen kennen, bieden ze waardevolle inzichten die besluitvorming kunnen versterken.
5. Klimaatbestendigheid als investeringskans en onderscheidend vermogen
Hoewel 75% van de organisaties toekomstige klimaateffecten beoordeelt, zien veel bedrijven klimaatadaptatie nog niet als investeringskans binnen hun bredere risicomanagementstrategie.
Een voorbeeld: een technologiebedrijf dat proactief investeert in de weerbaarheid van datacenters in een regio met extreme hitte. Door te investeren in betere koeling, versterkte infrastructuur en geavanceerde monitoring vermindert het bedrijf niet alleen het risico op uitval, maar verbetert het ook de efficiëntie en het energiegebruik.
Deze aanpak beschermt kritieke assets, waarborgt continuïteit en levert bovendien een concurrentievoordeel op. Het versterkt de reputatie bij klanten, investeerders en partners die duurzaamheid waarderen, en opent tegelijk de deur naar innovatie in klimaatbestendige producten en diensten. Zo verandert klimaatadaptatie van een kostenpost in een strategische investering die waarde creëert op de lange termijn.
6. Verzekerbaarheid wordt belangrijker — en is niet hetzelfde als verzekering
De beschikbaarheid van verzekering hangt direct samen met goed risicomanagement: hoe groter een risico, hoe duurder of moeilijker verzekerbaar het wordt.
Verzekerbaarheid fungeert daarom als graadmeter voor effectief risicomanagement en stimuleert organisaties om proactieve maatregelen te nemen, niet alleen om verzekerd te blijven, maar om hun weerbaarheid structureel te versterken. Omdat verzekeringen slechts een deel van het totale verlies dekt, blijft goed risicomanagement cruciaal om de impact van incidenten te beperken.
Opvallend genoeg laat Marsh’s onderzoek zien dat de meeste organisaties niet primair worden gedreven door zorgen over verzekerbaarheid. 75% van de respondenten maakt zich weinig tot geen zorgen over de beschikbaarheid of betaalbaarheid van verzekering. Toch geeft 53% aan dat het actief managen van risico’s de belangrijkste reden is om in klimaatadaptatie te investeren.
De rol van externe stakeholders bij het versterken van klimaatbestendigheid
Het ontwikkelen van klimaatbestendigheid gebeurt niet van de ene op de andere dag, niet in een silo en zeker niet zonder steun van buitenaf. Organisaties zullen moeten samenwerken met een breed scala aan stakeholders om verder te gaan dan alleen voldoen aan regelgeving — en daadwerkelijk risico’s te managen en verandering te realiseren.
Van het gebruiken van klimaatdata tot samenwerking met het bedrijfsleven, infrastructuurbeheerders en overheden op nationaal en lokaal niveau: deze samenwerkingen zijn al volop in ontwikkeling, zoals ook tijdens de gesprekken van deze week duidelijk werd.
Leiders benadrukten herhaaldelijk dat het gesprek over klimaatadaptatie en veerkracht al gaande is. Maar het verschil tussen praten en handelen begint bij de beslissers binnen de organisatie zelf. Veel organisaties vragen zich af: “Wat doen onze branchegenoten?”, maar juist daar ligt de kans om het voortouw te nemen. Door een aanpak te kiezen die leiderschap van binnenuit toont én dit versterken via proactieve en betekenisvolle samenwerking met publieke en private partijen, kunnen organisaties echte vooruitgang boeken op het gebied van klimaatbestendigheid.